Circulair slopen begint al vóór de bouw

Sommigen denken bij sloop nog aan een gebouw dat in één middag tegen de vlakte gaat. Een kraan, wat stofwolken en klaar. Volgens Kees de Groot klopt dat beeld al lang niet meer. Hij is directeur van circulair sloopbedrijf C.A. de Groot uit Alkmaar en voorzitter van VERAS, de branchevereniging voor sloopaannemers en asbestverwijderingsbedrijven.

“Platgooien is al jaren niet meer aan de orde”, zegt Kees. “Al in de jaren negentig zijn we steeds meer materialen gaan scheiden en recyclen. Nu gaan we steeds verder in het demonteren, gescheiden slopen, afvoeren en verwerken van materiaalstromen.” De sloopsector is daarmee veranderd in een leverancier van circulaire materialen en grondstoffen. En dat vraagt om een andere blik van opdrachtgevers, bouwers en gemeenten.

Eerst strippen, dan slopen

Voordat de eerste machine het terrein op rijdt, gebeurt er al veel. Een gebouw wordt eerst geïnventariseerd. Welke materialen zitten erin? Welke stoffen vragen extra aandacht? En wat kan worden hergebruikt of hoogwaardig verwerkt? Daarna volgt het strippen. Gevaarlijke materialen, bouwstoffen, asbest en teerhoudende dakbedekking worden zorgvuldig verwijderd. Pas als vooral steenachtige materialen en staal overblijven, komt de kraan in beeld.

“De kraan kan die materialen prima slopen en sorteren”, legt Kees uit. “Maar daarvoor moet je wel eerst zorgen dat andere stromen eruit zijn. Beton, metselwerk en staal krijgen daarna ieder hun eigen route. Hoe schoner de stroom, hoe groter de kans op hoogwaardige verwerking.” Een zuivere monostroom is nu eenmaal meer waard dan een container vol bouwsoep.

Circulair slopen begint bij circulair bouwen

Wanneer is sloop echt circulair? Voor Kees begint het antwoord niet bij het einde van een gebouw, maar bij het begin. “Echt circulair is als je bij de bouw al rekening houdt met de sloop”, zegt hij. “Dat je nadenkt over welke materialen toegepast worden en de losmaakbaarheid daarvan. Niet alles aan elkaar lijmen, plakken, kitten en purren.”

Bij bestaande gebouwen kijkt een sloopbedrijf vooral wat haalbaar is. Wat zit erin? Wat is rendabel te verwijderen? En welke materialen kunnen zo hoogwaardig mogelijk als monostroom worden aangeboden? Bij nieuwbouw liggen dus de grootste kansen. Als ontwerpers, bouwers en opdrachtgevers nu kiezen voor losmaakbare verbindingen, kunnen materialen later veel makkelijker opnieuw worden gebruikt. Dan wordt een gebouw geen eindstation, maar een tijdelijke opslagplaats van grondstoffen.

Ook opdrachtgevers hebben daarin een directe rol. “Bedenk vooraf wat je wilt met vrijkomende materialen”, zegt Kees. “Kun je materialen misschien opnieuw gebruiken in een ander project? Ze zeggen het niet voor niets: verbeter de wereld en begin bij jezelf.”

Een serieuze sector met certificering

Nederland telt ongeveer 250 professionele sloopbedrijven. Daarvan zijn er zo’n 160 gecertificeerd. Volgens Kees laat dat zien hoe professioneel de sector is geworden.

“De sloopsector is een serieuze sector die zich snel ontwikkelt. Certificering geeft opdrachtgevers zekerheid. Niet alleen over de verwerking van materialen, maar ook over veiligheid, planning, verzekering en de organisatie achter het werk. Dat is belangrijk, want een opdrachtgever blijft verantwoordelijk voor de vrijkomende materialen tot deze correct zijn verwerkt. Als er iets misgaat, bijvoorbeeld met afvalstromen of milieuregels, kan dat ook bij de opdrachtgever terugkomen. Met een gecertificeerd bedrijf heb je meer garantie dan wanneer je zomaar een sloper van de hoek kiest.”

Hij verwacht dat certificering de komende jaren nog meer richting circulair slopen beweegt. Nu is circulair slopen soms nog een aparte keuze. Richting 2030 wordt het volgens hem steeds meer de standaard.

Waar schuurt het nog?

Circulair slopen klinkt logisch, maar in de praktijk zijn er nog flinke hobbels. De eerste is tijd. Zorgvuldig demonteren, sorteren en afstemmen kost meer voorbereiding en uitvoeringstijd. Die tijd wordt in projecten niet altijd genomen. Ook verantwoordelijkheid speelt mee. Stel dat een balk uit een oud gebouw opnieuw wordt toegepast. Wie garandeert dan de kwaliteit? De sloper weet niet altijd wat er in het verleden met het materiaal is gebeurd.

“Daar komt bij dat veel gebouwen die nu worden gesloopt uit de jaren zeventig en tachtig komen. De bouwnormen waren toen anders. Materialen uit die gebouwen passen niet altijd één op één in nieuwbouw volgens de eisen van nu. Als we grootschalig willen hergebruiken, moeten we daar slimmer mee omgaan. Niet door veiligheid los te laten, maar door eerder te onderzoeken wat kan, waar materialen geschikt voor zijn en wie verantwoordelijkheid neemt.”

De rol van gemeenten

Gemeenten kunnen veel verschil maken. Niet alleen door mooie ambities op te schrijven, maar vooral door circulair slopen actief uit te vragen. “De hele overheid heeft een voorbeeldfunctie”, zegt Kees. “Vraag vooraf wat er met materialen gebeurt. Bij sloopmeldingen kunnen gemeenten en omgevingsdiensten gerichter sturen. Welke materialen komen vrij? Welke bestemming krijgen ze? Is hergebruik mogelijk? Door die vragen vooraf te stellen, ontstaat meer grip. En als afspraken duidelijk zijn, kun je ook beter handhaven.”

Publieke opdrachtgevers kunnen bovendien zelf kansen creëren. Materialen uit het ene project kunnen soms prima worden gebruikt in een ander gemeentelijk project. Dan wordt circulair werken meteen concreet.

Westfriesland als doenersregio

Kees ziet in Westfriesland veel kansen. Niet omdat hier alleen maar plannen worden gemaakt, maar juist omdat partijen aan de slag gaan. “In Westfriesland zijn we doeners. Hier gebeurt het al, terwijl op andere plekken nog wordt gepraat. Daar ben ik trots op. Wat hier begon, wordt inmiddels op steeds meer plekken in het land opgepakt.”

Die voorsprong kunnen we verder benutten. Door bouwers, corporaties, gemeenten en slopers eerder met elkaar aan tafel te zetten. Bij sloopprojecten, maar óók bij nieuwbouw.

“Betrek de sloop eerder bij projecten”, zegt Kees. “Dan kun je kijken waar je elkaar kunt versterken. Over tien jaar moet circulair slopen geen bijzonder label meer zijn. Dan hoort het gewoon bij professioneel slopen: materialen inventariseren, schoon slopen en scheiden, hoogwaardig verwerken en aantonen wat ermee gebeurt.”

Tegelijk blijft de bouwketen zelf bepalend. “Als we blijven ontwerpen en bouwen zoals we altijd hebben gedaan, moeten wij ook op die manier blijven slopen”, zegt Kees.

De oproep is helder: wie morgen goed wil slopen, moet vandaag slim bouwen. Met losmaakbare materialen, duidelijke keuzes en samenwerking vanaf de start.

Komende activiteiten

augustus

26aug12:0016:30Bijeenkomst biobased & secundaire bouwmaterialen in de praktijk

september

No Events

oktober

No Events