Circulair bouwen vraagt om biobased én secundair: “Het kan al, het gebeurt al en we moeten het gewoon doen”

Circulair bouwen is geen toekomstmuziek meer. Tijdens het Kennisatelier Circulair Bouwen in Beverwijk werd op één ochtend duidelijk hoeveel er in Noord-Holland al gebeurt op het gebied van biobased bouwen, secundaire bouwmaterialen en circulaire samenwerking. De belangrijkste boodschap: de beweging is op gang, maar opschaling vraagt om vertrouwen, samenwerking en duidelijke keuzes.

Het Kennisatelier bracht partijen uit de hele keten bij elkaar. Zoals dagvoorzitter Wouter van Twillert (Building Balance) het samenvatte: the whole system is in the room. En dat was precies de kracht van de bijeenkomst. Overheden, ondernemers, kennispartners, woningcorporaties, financiers, ontwikkelaars en andere betrokkenen spraken niet alleen over ambities, maar vooral over wat er nodig is om circulair bouwen vaker in de praktijk te brengen.

Naast het plenaire programma was er volop ruimte voor verdieping. In verschillende break-outsessies gingen deelnemers aan de slag met praktijkvragen rond renovatie, sloop, regelgeving, innovaties en ontwerp. Ook was er een productenmarkt, waar biobased en secundaire materialen tastbaar werden. Daarmee werd de centrale boodschap van de ochtend heel concreet: circulair bouwen gaat niet alleen over beleid of ambitie, maar juist over secundaire en biobased materialen gecombineerd toepassen, ontwerpkeuzes en samenwerking in echte projecten.

Biobased en secundair horen bij elkaar

Femke Nagel van provincie Noord-Holland) schetste aan het begin van de ochtend hoe circulair bouwen in Noord-Holland langs twee belangrijke lijnen wordt opgepakt: biobased bouwen en secundaire bouwmaterialen. Aan de biobased kant wordt onder meer gewerkt aan de regionale aanpak biobased bouwen in Noord-Holland, het Houtbouwpact MRA 2026-2030 en is er de Biobased InnovatieHub. Aan de secundaire kant spelen onder meer Circulaire Bouwkracht NHN en de Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen een belangrijke rol.

 

Opvallend was dat in de zaal veel partijen zich niet in één van beide ‘kampen’ lieten plaatsen. Een deel werkt vooral met secundaire materialen. Een ander deel vooral met biobased materialen. Maar veel aanwezigen doen al allebei. Dat is ook precies waar de beweging naartoe gaat. Biobased en secundair zijn geen kwestie van óf-óf, maar van én-én. Wie de milieu-impact van de bouw wil verlagen, zal bestaande materialen slimmer moeten benutten én nieuwe hernieuwbare materialen moeten toepassen.

Bouwen met wat de regio al heeft

Annabel Thomas van Collectief Circulair, een broedplaats en kenniscentrum voor circulaire en duurzame ondernemers, liet zien hoe ontwerp en materiaalgebruik dichter bij de regio kunnen worden gebracht. Het uitgangspunt: woningen ontwerpen met materialen uit de regio, zowel biobased als secundair. Ook de circulaire bouwmarkt in oprichting kwam aan bod, mede gefinancierd door de EU.

Daarmee werd een belangrijk thema van de ochtend concreet: circulair bouwen begint niet alleen bij een ander materiaal, maar ook bij een andere manier van kijken. Welke materialen zijn er al? Wat komt er vrij uit sloop, renovatie of onderhoud? Welke biobased producten kunnen regionaal of bovenregionaal worden ontwikkeld? En hoe zorgen we dat ontwerpers, bouwers en opdrachtgevers daar daadwerkelijk mee kunnen werken?

“Hoe zouden we bouwen als we opnieuw mochten beginnen?”

Merel Stolker van C-creators stelde een prikkelende vraag: hoe zouden we bouwen als we helemaal opnieuw zouden beginnen? Die vraag raakt de kern van de opgave. Gebouwen moeten tegenwoordig aan veel eisen voldoen. Niet alleen de constructie vraagt materiaal, ook alle systemen in en om het gebouw leggen een groot beslag op grondstoffen. Tegelijkertijd staan we voor een enorme renovatie- en nieuwbouwopgave. Dat schuurt.

De huidige manier van bouwen is op lange termijn niet houdbaar. De bouw is verantwoordelijk voor een groot deel van de CO₂-uitstoot, het grondstoffengebruik en de afvalstromen. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen vanuit schaarste te denken, maar ook vanuit de bestaande voorraad en de groeiende voorraad materialen. Veel kan al. Veel gebeurt al. De uitdaging zit nu in opschalen. Dat vraagt om vertrouwen, samenwerking, gedragsverandering en het maken van keuzes. Niet wachten tot alles perfect is, maar beginnen met wat al mogelijk is.

Gedeputeerden: bouwen moet sneller én toekomstbestendiger

In het plenaire gesprek met gedeputeerden Esther Rommel en Jelle Beemsterboer kwam de urgentie van de bouwopgave nadrukkelijk naar voren.

Esther Rommel, gedeputeerde Ruimtelijke Ordening en Economie, benadrukte dat Noord-Holland veel te bieden heeft. Vanuit Noord-Holland Noord worden ervaringen, kennis en voorbeelden ingebracht die ook buiten de regio relevant zijn. De Circulaire Sloopdeal werd daarbij genoemd als voorbeeld van een aanpak die zelfs internationaal belangstelling oproept. Tegelijkertijd benoemde zij ook wat er nog nodig is: ruimte, mensen en meer begrip voor circulair bouwen. Circulair en biobased bouwen vragen om een andere manier van denken en werken. Het is belangrijk dat dit terugkomt in onderwijs, ontwerp, architectuur en beleid.

Jelle Beemsterboer, gedeputeerde Wonen, koppelde circulair bouwen nadrukkelijk aan de woningnood. Er moet sneller meer woningen komen. Circulair en biobased bouwen mogen dat tempo niet vertragen, maar kunnen juist bijdragen aan versnelling. Zeker als materialen, processen en bouwmethoden slimmer worden georganiseerd (lees: op elkaar worden aangepast).

De vraag moet groter worden

Een belangrijk punt in het gesprek was de rol van de markt. Biobased bouwen wordt vaak benaderd vanuit de vraag of de agrarische sector genoeg kan produceren. Maar volgens Beemsterboer ligt de sleutel niet alleen bij productie. Nederland is simpelweg te klein voor grootschalige productie van biobased materialen voor de bouw. Dat moet juist elders uit de EU komen. Maar daarvoor moet de vraag groter worden.

Als meer opdrachtgevers, ontwikkelaars en kopers actief vragen naar biobased en secundaire materialen, ontstaat schaal. En schaal is nodig om materialen concurrerender en betaalbaarder te maken. Dat geldt niet alleen voor bijzondere projecten, juist ook voor de reguliere woningbouw. Vanuit de zaal werd die vraag ook gesteld: hoe zorgen gemeenten ervoor dat biobased en secundaire materialen vaker worden uitgevraagd in tenders, vergunningen en projecten? Het antwoord is niet eenvoudig. Het blijft een kip-en-ei-verhaal. De markt heeft schaal nodig om goedkoper te worden, schaal ontstaat pas als opdrachtgevers er vaker om vragen. Daar ligt een belangrijke rol voor overheden én marktpartijen.

Ruimte, regels en snelheid

Circulair bouwen vraagt om biobased én secundair: “Het kan al, het gebeurt al en we moeten het gewoon doen”Esther Rommel wees op een ander praktisch punt: circulair bouwen vraagt ook om ruimte. Materialen moeten worden opgeslagen, gesorteerd, verwerkt en opnieuw beschikbaar gemaakt. Dat vraagt om hubs, depots en plekken waar circulaire bedrijvigheid kan groeien. Tegelijkertijd is ruimte in Noord-Holland schaars.

Ook regels en procedures kwamen aan bod. Nieuwe materialen en circulaire toepassingen passen nog niet altijd vanzelfsprekend binnen bestaande systemen. Dat kan vertraging veroorzaken. De oproep vanuit de gedeputeerden was helder: wees kritisch op de overheid als procedures vertragen, maar breng ook knelpunten in beeld. Alleen dan kunnen overheden helpen om regels, processen en beleid beter aan te laten sluiten op de praktijk.

Precies waar Circulaire Bouwkracht aan werkt

Voor Circulaire Bouwkracht was het Kennisatelier een bevestiging van de koers. De vraagstukken die in Beverwijk naar voren kwamen, raken direct aan waar het programma de komende jaren aan werkt: ketensamenwerking, materiaalhergebruik, biobased en secundaire bouwmaterialen, kennisdeling, Fieldlabs, hubs en depots, handreikingen en praktische toepassing in beleid en projecten.

Circulaire Bouwkracht richt zich op het versterken van de circulaire bouw- en infrasector in Noord-Holland Noord. Niet door biobased en secundair als gescheiden werelden te zien, maar juist door ze met elkaar te verbinden. Want de bouwopgave is te groot en de grondstoffenopgave te urgent om maar één route te kiezen.

De belangrijkste les van het Kennisatelier? De kennis is er. De voorbeelden zijn er. De energie is er. Nu komt het aan op opschalen, organiseren en samen doorbouwen.

Bekijk de aftermovie op ons YouTube kanaal

Komende activiteiten

september

07sep12:0013:30Stuurgroep Circulaire Bouwkracht

09sep12:0013:30Experimententuin NHN – Resultaten en Doorpakken

14sep09:3010:30Online sessie Circulaire Zorg

16sep10:4512:00Ondertekening Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen NHN 2.0

oktober

05okt08:0010:00Ontbijtsessie Circulaire Bouwkracht NHN

november

No Events