Wat vertelt mestkwaliteit over het melkveebedrijf?

Niemand zit graag in de shit. Toch is wat veel mensen vooral als afvalproduct zien, voor een melkveehouder juist een waardevolle bron van informatie. Aan mest kun je veel aflezen over het rantsoen van de koe, de vertering, de benutting van voedingsstoffen en uiteindelijk over wat er terugkomt in de bodem. Wie weet waar hij naar moet kijken, kan die informatie gebruiken om te sturen op een gezondere kringloop, gezonde dieren én een goed bedrijfsresultaat.

Peter Vanhoof van Topmest is voortdurend met poep bezig. Sinds 2010 komt hij op Nederlandse melkveebedrijven om metingen te doen en de kringloop op het bedrijf in kaart te brengen. Daarbij kijkt hij niet alleen naar wat er in de mestput zit. Bodem, gras, voer, drinkwater, melk, urine, verse mest en drijfmest: alles hangt volgens hem met elkaar samen.

“Het doel is om te kijken hoe je de kringloop op bedrijfsniveau kunt optimaliseren”, vertelt Peter. Want als de koe haar voer beter benut, zie je dat terug in de melk en de mest. Die mest gaat vervolgens weer terug naar het land, waar hij invloed heeft op bodem en gewas. En dat gewas komt uiteindelijk weer bij de koe terecht. Goede mest is daarmee geen eindproduct, maar een belangrijke schakel in de hele kringloop van een melkveebedrijf.

Mest is geen afvalproduct

Mest werd lange tijd vooral bekeken als iets waar een veehouder vanaf moest. Peter draait die redenering liever om. Mest bevat voedingsstoffen die opnieuw kunnen worden benut voor de groei van gewassen. Hoe beter die voedingsstoffen binnen het bedrijf kunnen worden gebruikt, hoe minder er van buitenaf hoeft te worden aangevoerd.

Dat maakt mestkwaliteit niet alleen een milieuvraagstuk, maar ook een economische kwestie.

Peter liet daarom onderzoeken welke nutriënten in mest zitten en wat die vertegenwoordigen ten opzichte van aangekochte meststoffen. Zijn uitgangspunt is eenvoudig: wat op het eigen bedrijf beschikbaar en bruikbaar is, hoeft niet opnieuw te worden ingekocht.

Dat wordt volgens hem extra relevant nu mestafvoer voor melkveehouders een aanzienlijke kostenpost kan zijn. Tegelijk is het niet zo dat alle mest hetzelfde is. Juist daar richt Topmest zich op: waarom verschilt de mestkwaliteit tussen bedrijven en wat doen bedrijven met goede resultaten anders?

Waar kijkt Topmest naar?

Bij een mestanalyse kijkt Topmest naar verschillende eigenschappen. Niet één getal bepaalt of mest volgens deze methode goed of minder goed functioneert. Het gaat om de combinatie.

Zo wordt onder andere gekeken naar:

  • de verhouding tussen organisch gebonden en minerale stikstof;
  • het ammoniumgehalte;
  • de pH;
  • de verhouding tussen koolstof en stikstof, de C/N-verhouding;
  • de hoeveelheid gemakkelijk oplosbare minerale zouten;
  • spoorelementen;
  • de potentiële ammoniakemissie van het mestmonster.

Daarmee ontstaat volgens Peter een veel completer beeld dan wanneer alleen naar de totale hoeveelheid stikstof wordt gekeken.

Wat de koe eet, komt terug in de mest

Een belangrijke factor is het rantsoen. De bacteriën in de pens van een koe hebben zowel eiwit als voldoende energie nodig om dat eiwit goed te kunnen benutten. Wanneer een koe meer eiwit binnenkrijgt dan zij kan benutten, kan het ureumgehalte in de melk stijgen. Ook komt meer stikstof via urine en mest weer uit het dier.

“Ik kijk daarom juist naar de verbinding tussen voer, vertering en mestkwaliteit. Bij slecht verteerd eiwit kan een ander proces in de mestput ontstaan, rotting: achtergebleven eiwitten worden verder afgebroken en de samenstelling van de mest verandert. Dat merk je bijvoorbeeld aan de geur.” Andersom ziet hij bij bedrijven waar rantsoen en vertering beter op elkaar aansluiten een ander beeld in de verse mest én later in de drijfmest.

Dat betekent overigens niet dat één ingrediënt in het voer automatisch goede of slechte mest oplevert. Het gaat om de balans van het totale rantsoen en hoe goed de koe dat rantsoen kan benutten.

En daarna begint de volgende kringloop

De mest gaat uiteindelijk terug naar het land. Daarmee begint het verhaal opnieuw. Ook daar kijkt Peter naar wat er gebeurt. Hoe reageert het gras? Hoe snel verdwijnt een mestvlaai? Komen er insecten op af? Hoe actief is het bodemleven?

“Mestkevers, wormen, vliegen en andere organismen zijn een belangrijk onderdeel van de afbraak van mest. Daar komen weer vogels op af. Mest is zo onderdeel van een veel grotere biologische kringloop.”

Het klinkt bijna ouderwets eenvoudig, maar volgens Peter is juist het kijken naar wat er op het land gebeurt waardevol. “We kijken heel veel naar getallen, maar je kunt ook gewoon kijken wat er gebeurt. Metingen en waarnemingen vullen elkaar aan. Een mestmonster kan informatie geven over bijvoorbeeld ammonium, pH en mineralen. Wat er vervolgens op het land gebeurt, laat zien hoe het materiaal zich in de praktijk gedraagt.”

De kringloop als uitgangspunt

Dat is uiteindelijk de gedachte achter Topmest: mestkwaliteit staat niet op zichzelf. Een verandering in het rantsoen kan invloed hebben op de vertering. Dat wordt weer zichtbaar in melk en mest. De samenstelling van die mest heeft vervolgens weer invloed op wat er op het land terechtkomt. En de bodem bepaalt mede welk gras en welke voedingsstoffen vervolgens weer beschikbaar zijn voor de koe.

Bodem → gewas → koe → mest → bodem.

Door die kringloop als geheel te bekijken, probeert Topmest te achterhalen waar een melkveehouder kan sturen.

“Dat hoeft lang niet altijd met ingewikkelde technische maatregelen. Soms gaat het juist om keuzes rond voer, bodem, bemesting en bedrijfsvoering. Het kost bijna niets om goede mest te maken. De uitdaging is om beter te begrijpen welke bedrijfskeuzes de kwaliteit van de hele kringloop beïnvloeden.”

In Noord-Holland Noord worden die verschillen nu ook in de praktijk onderzocht. De uitgevoerde nulmetingen laten volgens Peter duidelijke verschillen tussen bedrijven zien. Welke verschillen dat precies zijn en wat de best scorende bedrijven anders doen, komt aan bod zodra de resultaten van de regionale metingen volledig zijn uitgewerkt.

 

Komende activiteiten

september

29sep16:0017:00Webinar Biobased en secundair onlosmakelijk verbonden?

oktober

05okt07:4510:00Ontbijtsessie Circulaire Bouwkracht NHN

07okt10:0016:30Ketensessie Maakindustrie

november

02nov13:3016:00Kennissessie MKI (-verplichting) versus circulaire eisen

05nov09:0012:00Netwerk Circulaire Sloopdeal