Als je circulair gaat inkopen, moet je al vóór aankoop nadenken over wat je na gebruik met je spullen gaat doen. Dat gaat natuurlijk net zo goed op bij textiel, zoals bedrijfskleding. Wij maakten een praktische handreiking waarmee ondernemers en gemeenten de juiste keuzes kunnen maken én het goede voorbeeld kunnen geven.
Een werkbroek, polo of jas en werkschoenen wordt gekocht om gebruikt te worden. Functionaliteit is belangrijk. Bij aanschaf kijk je dus vooral naar zaken als prijs, kwaliteit, draagcomfort en uitstraling. Maar wie circulair wil inkopen, moet eigenlijk een paar stappen verder denken.
Want wat gebeurt er als een rits kapotgaat? Kan een kledingstuk worden gerepareerd? En als de kleding uiteindelijk echt is afgedragen: wordt het dan ingezameld en opnieuw gebruikt, gerecycled of alsnog verbrand? Juist aan de voorkant van de keten worden de belangrijkste keuzes gemaakt.
77 procent van bedrijfstextiel werd verbrand
Dat in textiel nog veel winst te behalen is, blijkt uit cijfers over bedrijfsmatig textiel die afgelopen jaar werden gedeeld tijdens een sessie over circulair textiel. Uit de gebruikte massabalans over 2020 blijkt dat slechts 2 procent van het afgedankte bedrijfstextiel werd hergebruikt en 21 procent werd gerecycled. Maar liefst 77 procent werd verbrand, waarmee je in één keer alle waarde in vlammen laat opgaan.
Daarom gaat circulair textiel niet alleen over beter inzamelen wanneer kleding is versleten. Het begint veel eerder: bij ontwerp én inkoop. De Noordwest Ziekenhuisgroep verving bijvoorbeeld als eerste ziekenhuis de witte doktersjassen door kleding van een circulaire stof, samengesteld uit gebruikte ziekenhuiskleding. Met de handreiking Circulair inkopen eigen producten & diensten kunnen organisaties zelf heel praktisch aan de slag met deze uitdaging. Voor de aanschaf van bedrijfskleding zijn drie vragen belangrijk.
1. Waar is de kleding van gemaakt?
Kijk om te beginnen naar de grondstoffen. Zijn voor het textiel nieuwe fossiele grondstoffen gebruikt, of bestaat het geheel of gedeeltelijk uit gerecyclede, hernieuwbare of biobased materialen?
Kijk dan verder dan alleen het percentage gerecycled materiaal op een label. De samenstelling bepaalt wat er later nog met een kledingstuk kan worden gedaan. Materialen en onderdelen moeten na gebruik immers opnieuw te gebruiken of te recyclen zijn.
Dat geldt ook voor de verpakking waarin de kleding wordt geleverd. Waar bestaat die uit en is al dat verpakkingsmateriaal eigenlijk nodig? De bredere aanpak voor circulair textiel zet daarom niet alleen in op recycling, maar ook op minder grondstoffengebruik en meer toepassing van duurzame en gerecyclede materialen.
2. Hoe lang kan de kleding meegaan?
Het meest circulaire kledingstuk is niet automatisch het kledingstuk met het hoogste percentage gerecyclede vezels. Een kledingstuk dat veel langer meegaat, kan minstens zo interessant zijn.
Daarom is onderhoud de tweede vraag uit de handreiking.
Kan een kapotte rits bijvoorbeeld worden vervangen? Kunnen onderdelen worden losgemaakt? Is het product zo ontworpen dat reparatie mogelijk is? En biedt de leverancier daar een service voor?
Levensduurverlenging is een belangrijk onderdeel van de transitie naar circulair textiel. Reparatie, kwaliteit en ontwerp spelen daarin allemaal een rol.
Voor een organisatie betekent dat dat bij de inkoop niet alleen de aanschafprijs telt. Hoe lang doe je ermee?
3. Wat gebeurt er als de kleding is afgedragen?
Misschien wel de belangrijkste vraag staat aan het einde van de checklist:
Waar gaat de kleding na gebruik naartoe?
Neem je gebruikte kleding zelf weer in als werkgever? Wat gebeurt er als iemand uit dienst gaat? Neemt de leverancier of producent de kleding vervolgens ook weer terug? Wordt gekeken of kledingstukken opnieuw gebruikt kunnen worden? Worden de vezels gerecycled? En zo ja: tot welk nieuw product?
De handreiking voegt daar nog een belangrijk advies aan toe: vraag om bewijs.
Een leverancier kan zeggen dat kleding ‘recyclebaar’ of ‘circulair’ is. Maar dat vertelt nog niet wat er in de praktijk daadwerkelijk mee gebeurt. Vraag daarom hoe de retourstroom is georganiseerd, wie het textiel verwerkt en welke bestemming de ingezamelde materialen krijgen.
Dat is relevant, want voor hoogwaardige textielrecycling zijn goede inzameling en sortering noodzakelijk. Bovendien blijkt uit onderzoek dat lang niet al het beschikbare textiel nu geschikt is voor hoogwaardige vezel-tot-vezelrecycling.
Circulair inkopen begint vóór de bestelling
De drie vragen uit de handreiking zijn eenvoudig, maar veranderen wel het gesprek met een leverancier.
Niet alleen:
Wat kost deze werkbroek?
Maar ook:
Waar is hij van gemaakt? Hoe lang kunnen we hem gebruiken? Kunnen we hem laten repareren? En wat doen jullie ermee als wij hem niet meer kunnen gebruiken?
Daarmee verschuift de aandacht van alleen het product dat vandaag wordt gekocht, naar de hele levenscyclus van bedrijfskleding. Dáár begint circulair inkopen.
De handreiking van Circulair Westfriesland kan worden gebruikt bij een volgende bestelling, offerteaanvraag of aanbesteding van bedrijfskleding. Zo worden circulaire keuzes niet iets voor het moment waarop een kledingstuk wordt weggegooid, maar onderdeel van de inkoop vanaf dag één.









