We staan er bovenop of met onze voeten er middenin, maar toch zien we het vaak niet direct. Grond speelt een hoofdrol in bijna elk project in Noord-Holland Noord. Bij bouw, infra en gebiedsontwikkeling komt het vrij. En vaak verdwijnt het daarna uit beeld. Letterlijk. Dat is zonde, want grond is geen restproduct. Het is een waardevolle grondstof die je opnieuw kunt inzetten. Gewoon in eigen regio.
“Grond is veruit de grootste materiaalstroom waar we mee te maken hebben. En tegelijk ook de meest vergeten,” zegt Frank Rens, projectmanager bij GBN. Hij ziet dagelijks wat er beter kan. “We hebben veel al goed geregeld rondom melden en hergebruik. Maar de volgende stap is hoogwaardig gebruik van grond. Daar ligt nu de uitdaging.”
Dat betekent niet pas nadenken als de grond vrijkomt, maar al in het ontwerp. “Ontwerp je project op basis van de grond die beschikbaar is. Of kijk welke grond lokaal vrijkomt die je kunt gebruiken. Dan voorkom je dat je onnodig gaat slepen met materiaal.”
Stop met afvoeren, start met ontwerpen
Hoogwaardig hergebruik begint vroeg. Nog vóór de eerste schop de grond in gaat. Frank geeft een concreet voorbeeld: “Voor dijkversterking wordt vaak gedacht aan klei, maar in Limburg gebruiken ze leemgrond. Dat werkt ook prima. Dan hoef je geen klei uit Noord-Holland of Groningen te halen. Dat scheelt natuurlijk enorm in duurzaamheid én kosten.”
“Voor het ophogen van een terrein voor woningbouw wordt te snel grof zand voorgeschreven. Hier wordt dan IJsselmeer- of zeezand voor gewonnen en aangevoerd. Vaak functioneert fijnkorrelig zand in een ophoging ook prima. Schrijf bij het ontwerp behoudend met fysische eisen: dat maakt het hoogwaardig gebruik van vrijkomende fijnkorrelige Noord-Hollandse zanden mogelijk en bespaart het winnen van zand op IJsselmeer of zee.”
Het vraagt wel om inzicht. In volumes, kwaliteit en timing. En om een andere manier van denken. Niet vanuit standaardoplossingen, maar vanuit wat er al is.
De dubbele toets maakt je keuzes scherper
Grond hoogwaardig gebruiken is niet zomaar een kwestie van schuiven. Je moet goed kijken naar waar je het toepast. “Je toetst altijd aan twee dingen,” legt Frank uit. “De ontvangende bodem en de functie van het gebied.” Er zijn grofweg drie kwaliteiten grond: landbouw/natuur, wonen en industrie. Voor een industriegebied wil je geen klasse landbouw/natuur gebruiken. Die schone grond is veel waardevoller in landbouw- of natuurtoepassingen. “Gebruik daar juist industriegrond. Van deze kwaliteit grond is vaak een lokaal overschot. Dan ga je bewuster om met wat je hebt. Bij hoogwaardig gebruik van grond behoud je dus de kwaliteit van de grond en ga je niet downgraden.”
Bodem is meer dan alleen techniek
Naast milieukwaliteit en civiele eisen speelt nog iets anders. Iets wat steeds belangrijker wordt. “De biologische en ecologische waarde van bodem krijgt meer aandacht,” zegt Frank. “Het bodemleven wil je intact houden. Dat vraagt om andere keuzes. Bijvoorbeeld grond direct gebruiken, zodat die niet uitdroogt. In veengebieden kun je een dun laagje klei aanbrengen om oxidatie te remmen. Zulke toepassingen worden steeds relevanter.”
Data geeft grip op grondstromen
Wie wil sturen, heeft inzicht nodig. En daar komt data om de hoek kijken. Michaël Meijer, bodemexpert bij de Omgevingsdienst NHN, houdt zich hier dagelijks mee bezig. “We krijgen veel meldingen van grondverzet. Ik wilde weten hoe dat er in de praktijk uitziet. Wat gebeurt er nou echt?”
Hij werkt samen met gemeenten om dat inzicht te vergroten. “Gemeenten weten vaak al vroeg welke projecten eraan komen. Als je die informatie samenbrengt, kun je veel slimmer plannen.”
Leren van het model uit Friesland
Een inspirerend voorbeeld ‘Grip op Grond’ komt uit Friesland. Daar werken gemeenten, provincie en waterschap structureel samen. “Ze brengen alle projecten vroeg in beeld,” vertelt Michaël. “Waar komt grond vrij? Waar is grond nodig? En wat voor type grond? Hierdoor is er minder transport én besparen gemeentes op kosten. Het is vaak goedkoper om grond binnen het systeem aan te bieden dan via de markt. En het is veel duurzamer. Dat werkt als een sterke prikkel.”
Van losse projecten naar één systeem
Ook in Noord-Holland Noord wordt hieraan gewerkt. Met sessies, kennisgroepen en data. “Het is ook een ruimtelijke puzzel,” zegt Michaël. “Je moet grond scheiden op kwaliteit. Je kunt niet alles mengen. Dus je moet ook nadenken over opslag en locaties.” Dat vraagt samenwerking tussen gemeenten, uitvoerders en marktpartijen. “Je moet elkaar op tijd vinden. Dan kun je echt sturen.”
De praktijk: logistiek en slimme keuzes
Danny Dam van de Grondstoffenbank Agriport ziet dagelijks hoe grondstromen lopen.
“We ontvangen vooral kleine partijen grond van hoveniers en loonbedrijven,” vertelt hij. “Tot zo’n 25 kuub. Die slaan we gescheiden op, volgens de regels. Daarna vervoeren wij het naar de grondbank, hiernaast, voorzien van de benodigde administratie.”
Waar de Grondstoffenbank voorheen ook een grondbank was, is dat nu anders. Een bewuste keuze, omdat de focus hier ligt op het opwerken van beton. “We zijn nu vooral een overslaglocatie. We denken mee, zorgen dat grond op de juiste plek komt en dat transport efficiënt gebeurt.” Dat laatste is cruciaal, ook voor klanten. “Hoe korter je de afstand houdt, hoe beter. Dat scheelt kosten én CO2. Binnen de regio werken is gewoon slimmer.”
Circulair werken is ook praktisch organiseren
Volgens Danny zit de winst niet alleen in techniek, maar juist in samenwerking. “Je hebt administratie, regels en logistiek. Dat moet kloppen. Daarom stemmen we veel af met partijen zoals grondbanken. Zo kunnen we klanten goed helpen en blijft alles netjes geregeld. Hoveniers die hier hun grond komen brengen, rijden met een kar vol zand weer weg, zodat ze direct verder kunnen.” Ook hier geldt: hoe eerder je schakelt, hoe beter het werkt.
De toekomst: een marktplaats voor grond
Volgens Frank ligt de toekomst in beter overzicht en samenwerking. “Als je data koppelt en vooruitkijkt, kun je grond lokaal houden. Dat is echt waar we naartoe gaan. Het wordt een soort marktplaats voor grondstromen. Je weet precies wat waar vrijkomt en wat waar nodig is. Daar kun je je ontwerp op aanpassen.”
“De techniek is er al. Het gaat nu echt om samenwerken, vertrouwen en lef,” zegt Frank. “Durven kiezen voor circulair. En daar ook beleid op maken.” Ook Michaël ziet dat beweging ontstaat. “Steeds meer gemeenten haken aan. Ze zien dat het werkt.” Zo krijgen we in de regio Grip op Grond.









