CirculairWestfriesland.nl | Samen naar een circulaire economie in Westfriesland

Grootschalige pilot in Noord-Holland richt zich op reductie van stikstof en ammoniak in mest

Rechts Irene Kramer. Foto via boerenbusinessinbalans.nl
Rechts Irene Kramer. Foto via boerenbusinessinbalans.nl

Op 28 juni zal er een informatielunch plaatsvinden in Noord-Holland om agrarische ondernemers en veehouders te informeren over een ambitieuze pilot die tot doel heeft het gebruik van organische mest te bevorderen en tegelijkertijd stikstof- en ammoniakemissies te verminderen. Het voorstel voor deze grootschalige pilot zal tijdens de bijeenkomst worden gepresenteerd, en er zal worden gepeild of er animo is om deel te nemen aan het gezamenlijke projectvoorstel voor subsidieaanvraag.

De pilot is een reactie op de aanscherping van wettelijke regels met betrekking tot de uitstoot van stikstof. Noord-Holland staat voor de uitdaging om de emissies van stikstof, ammoniak en koolstof versneld te verminderen. De provincie heeft de taak om toezicht te houden op deze kwesties bij de Omgevingsdienst NHN neergelegd. Verschillende veehouders zien mogelijkheden om hun bedrijfsvoering aan te passen en zo de uitstoot van emissies te verminderen, terwijl ze tegelijkertijd de benodigde voedingsstoffen behouden.

De pilot sluit aan bij de “van boer tot bord”-strategie, een centrale pijler van de Europese Green Deal. Deze strategie streeft ernaar het verlies van voedingsstoffen zoals stikstof, kalium en fosfor met ten minste 50% te verminderen tegen 2030, zonder dat dit ten koste gaat van de bodemvruchtbaarheid. Het gebruik van organische mest staat centraal in het toekomstperspectief dat aan agrarische ondernemers wordt geboden.

Invloed organische mest

Het hoofddoel van de pilot is om agrarische ondernemers te laten zien welke invloed het gebruik van organische mest heeft op de reductie van stikstof- en CO2-emissies, evenals het behoud van nutriënten. Dit wordt gekoppeld aan aspecten zoals bodemkwaliteit, biodiversiteit, kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, en de gezondheid van het vee. Het project heeft als uitgangspunt het meten en weten. Als de experimenten succesvol blijken, kan de nieuwe bedrijfsvoering de standaard worden voor veehouders, met betrokkenheid van de bevoegde autoriteiten.

Drie experimenten

Tijdens de pilot zullen drie experimenten worden uitgevoerd en gevalideerd over een periode van drie jaar. Elk experiment richt zich op het in kaart brengen van de emissie-uitstoot en het behoud van nutriënten, waaronder fosfaat. Tevens wordt gekeken naar de kwaliteit van de mest in relatie tot de omgeving, zoals de bodem, het water, de biodiversiteit en de gezondheid van het vee. Op basis van de meetgegevens zullen beleidsregels worden opgesteld in de vorm van een omgevingsvisie en -plan, met als doel een toekomstbestendige veehouderij te bevorderen.

De drie experimenten verschillen in hun benadering. Experiment 1 richt zich op het realiseren van kruidenrijk grasland als basisvoeding voor de koeien, waarbij de koeien geen krachtvoer krijgen. Experiment 2 behoudt het bestaande dieet van gras en krachtvoer, maar voegt micro-organismen/probiotica toe om de vertering van het voer te optimaliseren. Experiment 3 focust op het toevoegen van micro-organismen aan de drijfmest in de stal om de kwaliteit van de mest te verbeteren.

Initiatief

Het initiatief voor deze pilot komt van Irene Kramer (WN Kramer & coördinator project Vitaliteit voor Land en plant), de gemeente Medemblik, Circulair Westfriesland en de Omgevingsdienst NHN.

Aanmelden voor deze informatiebijeenkomst van 28 juni kan via deze link.