CirculairWestfriesland.nl | Samen naar een circulaire economie in Westfriesland

Tijd om werk van een mestkringloop te maken

Mest1

In een toekomstbestendige, circulaire landbouw en veehouderij heeft de eigen organische mest de hoofdrol. Deze mest is van een dusdanige kwaliteit dat het minder emissies uitstoot en bijdraagt aan een vruchtbare bodem. De kunst is om die doelen in een integrale, goed meetbare aanpak te verwerken. Daarvoor wordt in samenwerking met agrarische ondernemers, Louis Bolk instituut en Circulair Westfriesland een grootschalige pilot opgestart. 

In de hedendaagse landbouw is organische mest een vloek en een zegen tegelijk. Het is een belangrijke factor in het in stand houden van de bodemkwaliteit (altijd geweest), maar kan schadelijk zijn in overdaad vanwege de ammoniak, stikstof en methaan uitstoot. Nu de regelgeving rond de uitstoot van stikstof en andere emissies wordt aangescherpt, lijkt het lastiger te worden om mest toe te passen, mits we in staat zijn de mest op te waarderen.

Drie experimenten

“Dat opwaarderen is de strekking van het voorstel voor de pilot”, vertelt Barbara Harskamp aan een publiek van geïnteresseerde agrariërs en andere belanghebbenden op een toepasselijke locatie: de melkveehouderij van Adri Schouten in Nibbixwoud. “Het spitst zich toe op de vraag: kunnen we door meer natuurlijke voeding van de koe (meer kruidenrijk gras, minder krachtvoer) en het gericht toevoegen van micro-organismen aan de voeding of aan de drijfmest de uitstoot van ammoniak, stikstof en methaan terugdringen? Dat willen we proefondervindelijk in drie experimenten gaan ontdekken.”

(tekst loopt door onder de afbeelding)

Barbara is coördinator Circulair Westfriesland en adviseur circulair bij Omgevingsdienst NHN. Samen met Irene Kramer van het project Vitaliteit voor Land en Plant, Martine Bruinenburg van het Louis Bolk Instituut en Gemeente Medemblik heeft zij het initiatief voor de pilot en deze bijeenkomst genomen. Het belangrijkste streven voor nu: de interesse polsen om mee te doen aan de experimenten.

Financiële ruimte

De randvoorwaarden zijn er. Dat de Omgevingsdienst het voortouw neemt, is veelzeggend. Zij is door de provincie belast met het toezicht op de stikstof emissiereductie en is dus bereid om te zoeken naar nieuw handelingsperspectief. Ook Jan Doerr, verbinder landbouw en stikstof bij de provincie, laat weten dat de provincie ruimte biedt (ook financieel) voor zulke experimenten. “Maar pak het dan wel integraal aan. Ga niet alleen voor stikstofreductie, maar verbindt dat onder meer met bodemverbetering en dierenwelzijn”, geeft hij als advies mee.

Vermeende obstakels

Obstakels zijn er ook. Zij worden gesignaleerd, als de aanwezigen in twee groepen uit elkaar gaan om de ins & outs van de pilot te bespreken. Veel vragen zijn er over de monitoring. Hoe meet je alle uitkomsten die relevant zijn? En hoe doe je dat op zo’n manier dat het geaccepteerd wordt door de autoriteiten? Zo is er een meetmethode die de verdamping van ammoniak uit mest meet, maar deze methode is experimenteel en behoeft nog validatie.

Nu staat er drie jaar voor de pilot. Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat dit lang genoeg is. Vijf tot zeven jaar garandeert betrouwbaardere uitkomsten om de impact op de bodem te meten. En wat als de overheid of ‘Europa’ nieuwe regelgeving uit de hoge hoed tovert? Dat zou niet de eerste keer zijn. Dan kan alles weer op losse schroeven komen te staan. Let wel, wat de pilot voorstelt is niet zomaar een ‘probeersel’, het vergt daadwerkelijk een verandering van de bedrijfsvoering.

(tekst loopt door onder de afbeelding)

Wenkend perspectief

Het zijn terechte bedenkingen, aldus Barbara Harskamp. Als je gedurende langere tijd agrariërs vraagt om te investeren in een nieuwe, meer kringloopgeoriënteerde aanpak, dan moet je ze daar ook de nodige ruimte én bescherming voor bieden. Kern van de zaak is dat men de toegevoegde waarde van de pilot inziet. Wil je onderzoeken of je met eigen mest op je land effectief de emissies kan terugdringen en de nutriënten in de bodem kan behouden? Minder kunstmest en minder afvoer(kosten) van (drijf)mest; dat is het wenkende perspectief.

Aan het einde van de bijeenkomst vraagt Barbara naar de animo om deze pilot verder uit te werken tot een werkbaar model en – in het verlengde ervan – om eraan deel te nemen. Veel vingers gaan omhoog. Een mooi resultaat. Wordt vervolgd!

Hoe meer agrariërs meedoen aan de pilot, hoe beter en overtuigender het resultaat. Geïnteresseerd? Naast veetelers zijn ook akkerbouwers van harte welkom. Zij zijn immers mede-afnemers van de mest (en delen soms het land met veetelers). Stuur een e-mail naar Barbara Harskamp via bharskamp@odnhn.nl

Foto’s Alex Gitzels/Westfriesland Media

Verschilmakers

Laat u ook inspireren door onze verschilmakers.

Komende activiteiten

Nieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief