Brandnetels zitten vol potentie. De vezels zijn geschikt voor textiel, de houtige kern biedt kansen voor papier en bouwmaterialen en ook blad en zaad kunnen worden benut. Met Nettle Project wil Iepe Bouw onderzoeken of rond die ene plant een zo lokaal mogelijke productieketen kan ontstaan. De eerste vezelbrandnetels moeten volgend jaar in Noord-Holland de grond in.
Voor Iepe begon het met de vraag waar de materialen die we dagelijks gebruiken eigenlijk vandaan komen. Hij werkte destijds in de IT in Praag, maar wilde iets doen met een duidelijker langetermijndoel. Via de master Metropolitan Analysis, Design and Engineering kwam hij uit bij textiel.
“Textiel is een van de meest vervuilende industrieën. Van 75% van alle vezels in gangbare textiel weten we de oorsprong niet. Ongeacht de labels die eraan hangen. Ik ben gaan kijken naar een manier waarop we textiel lokaal en duurzamer kunnen produceren.” Zo begon zijn zoektocht naar een vezelgewas dat dichter bij huis kan groeien.
Waarom juist de brandnetel?
Bamboe viel af, omdat dat niet goed genoeg groeit onder Nederlandse omstandigheden. Brandnetel bleek interessanter. Niet de wilde brandnetel langs het fietspad, maar speciale vezelbrandnetels die relatief veel bruikbare vezels bevatten. Via eerdere initiatieven rond brandneteltextiel kwam Iepe in contact met mensen die al kennis hadden opgebouwd over de verwerking van de plant. Tijdens een eerste circulair ketenproject met Achilles and the Tortoise en Nieuwe Bodem werden brandnetels aangeplant en de eerste textielsamples ontwikkeld.
“Als je dan dat eerste stuk textiel in handen hebt, zie je dat het echt kan. Inmiddels kijkt Nettle Project veel verder dan alleen textiel. Je hebt bij brandnetel verschillende grondstofstromen. De lange vezels kun je gebruiken voor kleding, korte vezels voor composieten. De houtige kern kun je gebruiken voor bijvoorbeeld papier of bouwmaterialen. Van het blad kun je thee maken en je kunt het eten als spinazie en uit de zaden kun je olie persen. Je wilt eigenlijk ieder deel van die plant zo goed mogelijk benutten.”
Op weg naar zes hectare
De ambitie is om de teelt de komende jaren uit te breiden naar minimaal zes hectare vezelbrandnetels. Daarbij wordt ook gekeken naar een andere vorm dan één groot veld. “Recent hebben we contact gehad met Voedselboys. We kijken samen of we brandnetel kunnen toevoegen als stroken in het voedselbos. Misschien wordt het dus niet zes hectare monocultuur, maar zes hectare aan stroken.”
Brandnetel is een meerjarig gewas. Het eerste jaar groeit de plant, waarna vanaf ongeveer het tweede jaar kan worden geoogst. De wortels blijven in de grond en dezelfde plant kan vervolgens meerdere jaren opnieuw uitlopen. “We willen ongeveer ieder jaar een hectare toevoegen, tot we zes hectare hebben. Als we die schaal aantikken, wordt het ook interessant om zelf machines aan te schaffen en de verwerking meer in eigen hand te nemen.”
Op zes hectare wordt voorlopig gerekend op ongeveer 11.000 kilo vezels, waarvan circa 3.800 kilo tot gesponnen vezel kan worden verwerkt, 23.000 kilo houtige grondstof en ongeveer 1.000 kilo blad en zaad.
Alles zo lokaal mogelijk verwerken

Voor al die stromen worden ondertussen toepassingen gezocht. “We hebben met Inholland Alkmaar proeven gedaan voor het persen van brandnetelplaten. Universiteit Gent kijkt naar isolatiemateriaal. Voor blad en zaad kijken we bijvoorbeeld naar partijen als Wilder Land. Maar voor die houtige stroom hebben we nog niet dé toepassing gevonden.”
Juist daar zit voor Iepe de uitdaging: niet alleen een gewas telen, maar voor ieder onderdeel van de plant een markt vinden. “Het liefst willen we alles zo lokaal mogelijk verwaarden. Het hele proces zou uiteindelijk zoveel mogelijk in Noord-Holland moeten plaatsvinden.” Samen met slowfashionbedrijf Achilles and the Tortoise werkt hij daarom aan het idee van een fashion farm.
“Op kleine schaal produceren betekent dat je niet zomaar op prijs kunt concurreren. Daarom willen we een eigen signature stof ontwikkelen. Echt een bijzondere stof, met een eigen identiteit, waarvan je weet waar die vandaan komt.”
Nog veel uit te zoeken
Voordat zo’n lokale keten volledig kan draaien, zijn er nog behoorlijk wat technische vragen. “We moeten nog onderzoeken hoe we precies gaan oogsten. Het kan waarschijnlijk vergelijkbaar met vlas en hennep, maar als je materiaal op het veld laat liggen, ben je afhankelijk van het weer. En daarna moet je het ook nog goed verwerken.”
Ook de stap van plant naar vezel vraagt nog ontwikkeling. “Van brandnetel naar vezel: we weten dat het kan, maar we moeten dat proces uiteindelijk zelf beheersen. Sommige machines bestaan al op boerderijschaal, andere dingen moeten we nog testen of zelf ontwikkelen.”
Daarbij wil Iepe nadrukkelijk leren van eerdere projecten die niet zijn doorgebroken. “Er zijn eerder initiatieven geweest die het niet hebben gered. Ik vind het belangrijk om te begrijpen waarom. Er is nog geen langjarig onderzoek naar bijvoorbeeld de kwaliteit en levensduur van de stof.” Onder andere Saxion en Universiteit Gent zijn betrokken bij onderzoek.
Niet alleen textiel
Voor Iepe is juist de combinatie van verschillende toepassingen interessant. “Als je kijkt naar de basisbehoefte voor een toekomstbestendige economie hebben we voedsel, textiel en bouwmaterialen nodig. Brandnetel raakt eigenlijk aan alle drie. Je kunt er thee van maken, vezels voor textiel uit halen en de houtige delen gebruiken voor andere materialen.”
Daarmee raakt Nettle Project ook aan een bredere ontwikkeling in Noord-Holland Noord: het zoeken naar regionale biobased grondstoffen en manieren om die lokaal te verwerken. “Ik denk dat we steeds meer richting regionale verwerkingshubs gaan. Plekken waar je grondstoffen uit de regio verwerkt tot producten die hier ook weer nodig zijn. Als je die ketens kleiner maakt, weet je beter waar je grondstoffen vandaan komen en waar je producten uiteindelijk naartoe gaan.”
Eerste aanplant komt dichterbij
Die volgende stap komt inmiddels echt in zicht. Achilles and the Tortoise en Nettle Project hebben financiering gekregen via Kansen voor West Circulaire Textiel, waarmee het project in Noord-Holland verder kan.
Ook gaat Iepe verder binnen GO!-NH om nieuwe partijen en vooral toekomstige afnemers te vinden. “De grond komt nu steeds dichterbij. Bij één boer kunnen we waarschijnlijk op een halve hectare starten en met andere boeren lopen gesprekken. Dat is de eerste stap. Daarna moeten we ook die laatste schakel organiseren: wie gaat straks de vezel, het hout of de stof afnemen?”
Een extra steun in de rug is de Lizzy Award van StartHub Wageningen. De prijs van €5.000 wil Iepe gebruiken voor de aanleg van het eerste brandnetelveld. “Het is altijd fijn om iets te winnen. Het geeft erkenning en het gevoel dat je toch echt resultaten boekt.”
Als volgend jaar de eerste vezelbrandnetels in Noord-Holland de grond in gaan, begint de regionale keten waar Iepe met zijn team al jaren aan werkt uiteindelijk op de meest logische plek: bij de plant zelf.









